Boek Nederlands

Vallen is als vliegen

Manon Uphoff (auteur)

Vallen is als vliegen

Manon Uphoff (auteur)
Genre:
Terugblik van de schrijfster op het misbruik van haar vader van haar en haar (stief)zusjes.
Titel
Vallen is als vliegen
Auteur
Manon Uphoff
Taal
Nederlands
Uitgever
Amsterdam: Em. Querido's Uitgeverij, 2019
191 p.
ISBN
9789021408026 (paperback)

Besprekingen

Verbluffende veerkracht

Roman. Met Vallen is als vliegen schreef Manon Uphoff een echt gebeurd Blauwbaard-verhaal. Maar laat u niet afschrikken: na het lijden komt de catharsis.

Slachtoffers zijn moeizame romanhelden. Ze zijn niet sexy, we willen ons niet graag met ze identificeren. Hen overkomt namelijk dat waarvan we hopen dat het ons nooit zal gebeuren. In sprookjes wemelt het van de slachtoffers voor wie de beloning voor het lijden ligt te wachten op de laatste bladzijde - denk Assepoester. Bij gewone mensenkinderen is dat anders. 'Lezer, ik wilde dit verhaal niet vertellen', is dan ook de eerste zin van Vallen is als vliegen, de vierde roman van ­Manon Uphoff, 'Lang heb ik me vastgehouden aan het idee van mijn miraculeuze ontsnapping (…) hopend kalm en met controle in een wereld van fictie te kunnen bestaan.'

Vallen is als vliegen slaat in als een scherfbom; de ontluisterende gebeurtenissen in Huize Holbein, zoals Uphoff het ouderlijk huis noemt, dringen bij de lezer scherf voor scherf binnen. Maar ik zeg meteen dat je na het lezen niet verwoest achterblijft, omdat er heling is, bij de slachtoffers-die-geen-slachtoffer-willen-zijn, e…Lees verder

Verdwalen tussen liefde en pijn

Manon Uphoffs autobiografische roman over het incestgezin waarin ze opgroeide, toont hoe een slachtoffer kan worstelen met zichzelf, de wereld en de taal.

De minotaurus uit de Griekse mythologie, het wezen met de kop en de staart van een stier maar het lichaam van een man, werd aanvankelijk gezoogd door zijn moeder. Toen hij overstapte op mensenvlees werd hij te gevaarlijk en bouwde Daedalus een labyrint waarin hij hem opsloot. Eens per jaar werden zeven Atheense kinderen de doolhof ingejaagd, als offer, en niemand keerde ooit terug.

‘De minotaurus’ is ook de naam die de vertelster uit Manon Uphoffs autobiografische roman Vallen is als vliegen haar vader geeft. Ook hij was immers een gevaarlijke menseneter die niet jaarlijks, maar wel meerdere keren per week de vier meisjes van zijn gezin als offer eiste. En ook zij vonden de weg terug uit hun psychische hel niet meer.

Toen een paar jaar geleden Uphoffs zestien jaar oudere, anorectische halfzus Henne van een trap viel en de schrijfster niet wist of dit levenseinde haar ultieme wraak dan wel haar laatste capitulatie was, voelde ze dat er diep in haar iets ope…Lees verder

Terugblik van schrijfster op het misbruik van haar vader van haar en haar (stief)zusjes. De man wordt aangeduid met zijn achternaam, als Minotaurus (half mens, half beest, half god die zijn slachtoffers nazit in een onontkoombaar labyrint) of als HEHH (verwijzing naar HhhH van Binet, over de nazibeul Heydrich?). Lange tijd was de schrijfster (1962) geblokkeerd in haar creatieve proces, maar door de dood van haar oudste zus breekt de herinnering open. Barokke zinnen vol metaforen cirkelen naar het aanvankelijk onbenoembare. Bijna nergens expliciete scènes, het gaat vooral het fysiek en mentaal in bezit nemen van een kind dat niet weet wat normaal is en wat niet, maar dat zich bedreigd voelt. De terugblik is onderzoekend en van bovenaf, maar gevoed door woede. Het boek is positief besproken in diverse media. Manon Uphoff heeft romans en novellen gepubliceerd. Haar werk is meerdere malen bekroond. Geen gemakkelijk boek, vergt nogal wat van de lezer, veel verwijzingen naar literatuur, kun…Lees verder

Heksensabbat

Geen Peter Pan in het gruwelkabinet van Manon Uphoff, wel een mythisch monster.

Op tweederde van de fabuleuze en gruwelijk waarachtige roman 'Vallen is als vliegen' beschrijft Manon Uphoff de 'sacrale rituelen' van het kerstfeest in het 'Holbein-huis'. De kamer verandert in een 'gotische kathedraal'. Er komen voorzetramen van loodband en een Nordmannspar die wordt volgehangen met kerstballen en 'handbeschilderde huisjes, sijsjes en roodborstjes met één gespikkeld donzen veertje, zilveren vogeltjes op een zilveren knijpertje' en daarna verpakt 'in een teer spinnenweefsel'. Vlak voor de Heilige Nacht volgt de "bijzetting van de kerststal. Met de stenen geitjes, stenen schaapjes en het stenen kindje 'Jesses' dat in zijn stenen kribje werd gelegd onder de naaldtrossen, die hun verrukkelijke aroma van hars verspreidde en de hele kamer tot een geurig woud maakten".

Uphoff doet hier in het klein wat ze de roman door in het groot doet: ze bouwt een enorm universum (kathedraal, woud) dat wordt ingericht met verkleinwoordjes. Het is haar manier - di…Lees verder